
26/03/2026
Dynamisch slootbeheer: samen sturen op water en land
Wat gebeurt er als agrarisch ondernemers en waterschap niet tegenover elkaar staan, maar samen optrekken? In de Zuidelijke IJsselvallei groeit een nieuwe manier van werken, waarin vertrouwen, praktijkkennis en gezamenlijke doelen centraal staan. Waar eerder spanningen waren door toenemende regelgeving, ontstaat nu ruimte voor gezamenlijke oplossingen. Met dynamisch slootbeheer als concreet resultaat bouwen partijen stap voor stap aan een toekomstbestendig landschap met als doel het versterken van het rentmeesterschap in het gebied.
Van tegenwerken naar samenwerken
Jan Veldhuis, gebiedscoördinator bij Waterschap Vallei en Veluwe, zag het al langer gebeuren. “In de praktijk ging iedereen min of meer zijn eigen gang. Soms werkten we elkaar zelfs tegen als boeren en waterschap, terwijl we uiteindelijk hetzelfde willen: goed zorgen voor ons gebied.” Via gesprekken met het bestuur van de Gebiedscoöperatie Zuidelijke IJsselvallei ontstond een andere dynamiek. “We begrepen elkaar en spraken dezelfde taal. We merkten: samen kom je verder.”
Slim omgaan met maaisel
Een van de eerste gezamenlijke ideeën was het lokaal benutten van maaisel. In plaats van het af te voeren, wordt het binnen een straal van 400 meter in het gebied hergebruikt. Andries de Bruin, melkveehouder in Tonden en bestuurslid van de gebiedscoöperatie: “Het maaisel mogen we niet composteren, maar het is waardevol materiaal voor het land. Ik weet waar het vandaan komt en het helpt om het organische stofgehalte van de bodem op peil te houden.” Zo draagt een praktische maatregel direct bij aan bodemverbetering en CO₂-reductie.
Van idee naar pilot
Het uitgangspunt van de pilot is dat de verantwoordelijkheid voor het slootbeheer wordt neergelegd bij de Gebiedscoöperatie. De coöperatie en haar leden hebben daarmee de regie. Voor de uitvoering werkt de coöperatie samen met regionale loonwerkers. Hoewel de ideeën er al in 2023 lagen, bleek het opstarten van een pilot niet eenvoudig. Regelgeving vormde een belangrijke uitdaging. “Al snel liepen we tegen grenzen aan van wat juridisch mogelijk was,” aldus Jan. Pas in 2025 kon de pilot daadwerkelijk van start gaan.
In datzelfde jaar werd de nieuwe gedragscode voor onderhoud ingevoerd. Dat betekende onder andere:
- Niet meer klepelen
- Bij A-watergangen slechts één talud maaien
- Het andere talud een jaar laten staan
Voor agrarisch ondernemers was dat wennen. “Zo’n ruig talud, daar moet je echt aan wennen. Persoonlijk houd ik van strak en netjes,” zegt Andries. “Maar in deze samenwerking moeten beide partijen stappen zetten.” Tegelijk biedt het systeem ook voordelen: het gemaaide talud kan vaker en eerder in het jaar worden onderhouden.
Praktische samenwerking in het veld
Samen met lokale loonwerkers zijn afspraken gemaakt over het maaien. Doordat agrarische ondernemers en loonwerkers elkaar kennen en er een schakel tussenuit is, zijn de lijntjes korter. Het verschil met de oude situatie is merkbaar. “We kunnen nu zelf beter plannen wanneer het onderhoud gebeurt en ook op welke manier. Als regels van bovenaf worden opgelegd zonder inspraak, ontstaat weerstand,” zegt Andries. “Nu hebben we samen doelen opgesteld over biodiversiteit, sparen van water met stuwen en over monitoring van het gebied. Dat zorgt voor draagvlak en meer bewustwording. We gaan er nu echt samen voor.” In andere gebieden zag het waterschap dat boeren zelf alsnog het ongemaaide talud maaiden. In deze pilot gebeurt dat niet meer. Afspraken werken beter dan handhaving.
Meer dan maaien: sturen op water en bodem
De pilot wordt nu omgezet in een langdurige overeenkomst. Dynamisch slootbeheer gaat namelijk verder dan alleen maaien. Het gaat over biodiversiteit, waterkwaliteit, waterpeil, het vasthouden van water en het verbeteren van de bodem. Om deze doelen te bereiken, blijft het gesprek tussen partijen essentieel.
Water vormt de rode draad in de samenwerking. Tegelijk is het ook een spannend onderwerp. Boeren op lagere gronden willen in het voorjaar vaak snel water afvoeren. Het waterschap wil juist water langer vasthouden, vanwege toenemende droogteperiodes. Voor agrarisch ondernemers op hogere, drogere gronden is dat juist gunstig. Door hierover in gesprek te blijven, ook tussen boeren onderling, ontstaat wederzijds begrip en ruimte voor maatwerk.
Om de effecten van dynamisch slootbeheer te volgen, wordt op vijf locaties de waterkwaliteit gemeten. Daarnaast heeft een ecoloog zo’n 30 kilometer aan watergangen in kaart gebracht. De komende jaren moet blijken wat de aanpak concreet oplevert. Het gezamenlijk maaien is daarbij geen doel op zich, maar een middel om bredere doelen te realiseren.

Blijf op de hoogte
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.